Vakantiegeld en vakantierechten voor bedienden: wat moet u als werkgever weten?

Vakantiegeld, wettelijke vakantiedagen, vakantieattesten en vertrekvakantiegeld: voor werkgevers zijn er heel wat begrippen om rekening mee te houden.

Zeker wanneer een werknemer in of uit dienst gaat, kan de berekening complex worden. Hoe worden vakantierechten opgebouwd? Wanneer betaalt u dubbel vakantiegeld? En waarom wordt vakantiegeld soms verrekend bij een nieuwe werkgever?

We zetten de belangrijkste principes voor bedienden overzichtelijk voor u op een rij.

Enkel en dubbel vakantiegeld: wat is het verschil?

Bij bedienden maken we een onderscheid tussen enkel en dubbel vakantiegeld.

Het enkel vakantiegeld is het gewone loon dat de bediende doorbetaald krijgt voor de dagen waarop hij of zij wettelijke vakantie opneemt.

Het dubbel vakantiegeld is een bijkomende vergoeding bovenop het gewone loon. Deze bedraagt 92% van het brutoloon en moet wettelijk uitbetaald worden vooraleer de hoofdvakantie valt, in de praktijk dus doorgaans in april, mei of juni.

Hoe worden vakantierechten opgebouwd?

De vakantierechten van een werknemer worden opgebouwd op basis van de prestaties en gelijkgestelde prestaties van het vorige kalenderjaar, het vakantiedienstjaar.

Een voltijdse werknemer die een volledig jaar heeft gewerkt, heeft in principe recht op 20 wettelijke vakantiedagen in een vijfdagenweek. Bij deeltijdse werknemers wordt het recht pro rata berekend.

Wettelijke vakantie komt overeen met vier kalenderweken.

Welke afwezigheden worden gelijkgesteld?

Niet elke afwezigheid vermindert de opbouw van vakantierechten.

Bepaalde afwezigheden, zoals ziekte, moederschapsrust en een arbeidsongeval, worden gelijkgesteld. Andere afwezigheden, zoals bepaalde niet-betaalde of onwettige afwezigheden, niet.

Ook een vermindering van het arbeidsregime kan gevolgen hebben. Wanneer een voltijdse werknemer bijvoorbeeld deeltijds gaat werken, wordt het verlofrecht beperkt.

Wat gebeurt er bij uitdiensttreding?

Wanneer een bediende uit dienst gaat, betaalt de werkgever vertrekvakantiegeld.

Dat bestaat uit enkel vertrekvakantiegeld voor de nog niet opgenomen vakantiedagen en dubbel vertrekvakantiegeld.

De berekening houdt rekening met het lopende vakantiejaar én met de opgebouwde rechten voor het volgende vakantiejaar.

Het vakantieattest: een essentieel document

Bij uitdiensttreding moet de werkgever een vakantieattest afleveren.

Daarop staat onder meer hoeveel vakantiedagen de werknemer al heeft opgenomen, hoeveel vertrekvakantiegeld werd uitbetaald en welke vakantierechten de werknemer meeneemt naar de nieuwe werkgever.

Voor de nieuwe werkgever is dit document essentieel om de vakantiedagen en verrekening correct te verwerken.

Hoe verloopt de verrekening bij de nieuwe werkgever?

Wanneer een werknemer met een vakantieattest bij een nieuwe werkgever in dienst komt, worden de bedragen op dat attest verrekend.

Het enkel vakantiegeld wordt verrekend wanneer de werknemer zijn resterende wettelijke vakantiedagen opneemt. Het dubbel vakantiegeld wordt doorgaans verrekend bij de gebruikelijke uitbetaling in april, mei of juni.

Daardoor kan het uitbetaalde vakantiegeld bij de nieuwe werkgever lager uitvallen dan de werknemer verwacht. Dat betekent niet noodzakelijk dat er iets fout loopt: een deel werd immers al door de vorige werkgever uitbetaald als vertrekvakantiegeld.

Vragen over vakantiegeld? Laat de verrekening nakijken

Vakantiegeld lijkt eenvoudig tot een werknemer van werkgever verandert, zijn arbeidsregime wijzigt of niet het volledige vakantiedienstjaar heeft gewerkt.

Heeft u vragen over een vakantieattest, vertrekvakantiegeld of de verrekening bij een nieuwe medewerker? Uw payrollconsulent bij PointHR kijkt dit graag voor u na.

📄 Download onze gratis onepager

Wilt u de belangrijkste informatie in één oogopslag bewaren? Gebruik de bijhorende PointHR-onepager als praktisch naslagwerk.