Vakantie is voor werknemers eenvoudig: verlof opnemen en genieten. Achter de schermen zit er voor werkgevers echter een specifieke regeling van vakantierechten, vakantiegeld en werkgeversbijdragen.
Voor arbeiders werkt die regeling anders dan voor bedienden. Wie betaalt het vakantiegeld? Hoe worden de vakantierechten opgebouwd? En wat gebeurt er wanneer een arbeider van werkgever verandert?
We leggen de belangrijkste principes helder uit.
Wie betaalt het vakantiegeld van een arbeider?
Het vakantiegeld van arbeiders wordt niet rechtstreeks door de werkgever uitbetaald.
De betaling gebeurt via de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) of via een bevoegde vakantiekas. Dat is een belangrijk verschil met de regeling voor bedienden.
Hoeveel vakantiegeld ontvangt een arbeider?
De uitbetaling bedraagt 15,38% van het brutoloon aan 108%.
Dat bedrag bestaat uit enkel en dubbel vakantiegeld. Het enkel vakantiegeld compenseert de onbetaalde verlofdagen die de arbeider opneemt. Het dubbel vakantiegeld vormt een bijkomende vergoeding.
De betaling gebeurt doorgaans tussen mei en juni.
Hoe wordt het vakantiegeld gefinancierd?
Hoewel de werkgever het vakantiegeld niet rechtstreeks aan de arbeider betaalt, wordt het wel gefinancierd via werkgeversbijdragen.
De bijdragen worden berekend op het brutoloon aan 108%. Sinds 1 januari 2018 bedragen deze samen 15,84%: een trimestriële bijdrage van 5,57% via de patronale lasten en een jaarlijkse bijdrage van 10,27%.
Die jaarlijkse afrekening ontvangt u doorgaans eind maart.
Let wel: voor werkgevers in de bouwsector is de bijdrage meteen volledig vervat in de maandelijkse patronale lasten.
Hoe bouwt een arbeider vakantierechten op?
De vakantierechten worden opgebouwd op basis van de prestaties en gelijkgestelde prestaties van het vorige kalenderjaar, het zogenaamde vakantiedienstjaar.
Een voltijdse werknemer die een volledig jaar heeft gewerkt, heeft in principe recht op 20 wettelijke vakantiedagen in een vijfdagenweek. Voor deeltijdse werknemers wordt dit recht pro rata berekend.
Het wettelijk verlof komt overeen met vier kalenderweken.
Welke afwezigheden tellen mee?
Bepaalde afwezigheden worden gelijkgesteld voor de opbouw van vakantierechten (onder meer ziekte, moederschapsrust en een arbeidsongeval).
Andere afwezigheden, zoals bepaalde niet-betaalde of onwettige afwezigheden, worden niet gelijkgesteld.
Ook een wijziging van het arbeidsregime kan invloed hebben. Wanneer het aantal werkdagen vermindert, wordt het verlofrecht beperkt. Denk bijvoorbeeld aan een voltijdse werknemer die deeltijds gaat werken.
Wat is de verlofcheque?
Eind mei ontvangt de arbeider een verlofcheque. Dit document vermeldt onder andere het verlofrecht, het saldo en het uitbetaalde bedrag aan vakantiegeld.
Een elektronische versie kan de werknemer ook terugvinden via de website van de RJV of de betrokken vakantiekas.
Wat gebeurt er wanneer een arbeider van werkgever verandert?
Voor arbeiders wordt geen vertrekvakantiegeld berekend zoals bij bedienden.
Een verandering van werkgever heeft in principe ook geen invloed op de toekomstige uitbetaling van het vakantiegeld, omdat die betaling via de RJV of vakantiekas verloopt.
Heeft u vragen over de vakantierechten van een arbeider of over de jaarlijkse afrekening? Uw payrollconsulent bij PointHR helpt u graag verder.
📄 Download onze gratis onepager
Wilt u de belangrijkste informatie in één oogopslag bewaren? Gebruik de bijhorende PointHR-onepager als praktisch naslagwerk.


